Virus

20 mei, 2009


Ik heb nieuws: ik ben deze week aangevlogen door het virus. Het Virus dat alle andere viri overbodig maakt. Fijn dat u er zo belangstellend naar informeert – ik maak het redelijk. De symptomen zijn dezelfde als bij alle anderen die ermee besmet zijn: wat onrustig, op het schichtige af, telkens alert. Het meest bekende symptoom: de lompe manier waarop de vogelkenner een gesprek met jou midden in een van jouw volzinnen afbreekt, de wijsvinger opsteekt en blij roept: hoor!, de matkop!

Ja, het vogelherkenningsvirus heeft me te pakken. Aangemoedigd door reeds besmette lieden, onder wie mijn buurman, die al veel op zijn geweten heeft, ben ik me gaan verdiepen in de geluiden die onze gevederde vrienden voortbrengen. Met de nodige tegenzin, dat wel. In mijn pogingen hen op gehoor te duiden heb ik tot nu toe van het vogelrijk slechts tégenwerking ondervonden. Van kolibri tot visarend – ze verschuilen zich du moment dat je er aan komt. Of zwijgen plots in alle talen, wat ik persoonlijk van weinig piëteit vind getuigen.

Bewapend met een tamelijk prijzig dictafoontje ben ik kortlings De Natuur in getrokken. Waar ik steeds opnieuw geconfronteerd word met de structuurloze, agonale kakofonie van vogelgeluiden: allemaal tegelijk, bijna allemaal even hard, en de een nog schriller dan de ander. Toch zat er wel enige organisatie in. Hief ik bijvoorbeeld in een bos mijn recordertje naar het zwerk, dan verstomde daar het geluid, en ging in een ander, verder van mij verwijderd deel van het bos de orkestbak los. Ik ben echter een volhouder, en na intensieve studie herken ik nu de koekoek! Aan de tjiftjaf wordt gewerkt. Ik heb er alle vertrouwen in: dat komt goed.

Dat vertrouwen is onder meer gestoeld op een website met hulpmiddelen voor mensen zoals ik: ezelsbruggetjes. Daarop staat dat vogels soms geluiden maken die wij in de Grote Mensenwereld ook kennen. Zo maakt de koolmees het geluid van een fietspompje, de braamsluiper doet een drilboortje, de boomkruiper een kinderfietsje, de zwarte roodstaart (niet te verwarren met de rode zwartstaart) maakt het geluid van kiezelsteentjes, en de roodborst imiteert een watervalletje.
Mocht u tijdens wandelingen in het gebied plots de Vijfde van Beethoven horen beginnen, dan weet u: de geelgors is nabij. En als u, ten slotte, midden op de heide, in weer en wind, binnenkort, het onmiskenbare geluid hoort van een elastiekje, dan weet u – het is tijd om op huis aan te gaan.